nav Handelingen 11:26

Antiochië was een havenstad en in die tijd een echte wereldstad, het behoorde tot de grootste steden van haar tijd. En juist in deze wereldstad vielen de volgelingen van Jezus zo op dat ze voor het eerst de naam ‘Christenen’ toebedeeld kregen. Ze vielen op, en daardoor werden ze apart benoemd.

Ook op een andere plek wordt gesproken over de eerste gemeente (hand 2: 47). ‘…ze stonden in de gunst van het gehele volk…’

Als we naar het huidige imago van dé kerk kijken dan is dat verre van positief. Religie staat in het verdachtenhoekje. Mijns inziens door een gure liberale wind, het debat over de Islam en extremistische uitingen daarvan, maar toch ook door de eigen geschiedenis van het christendom. Lang niet altijd was de praxis van dé kerk conform de leer van Jezus.  

En juist in de tekst uit Antiochië lijkt er een verband te zijn tussen het onderwijs en het imago, het opvallen van de eerste christenen. En ook in Hand 2 lijkt dat verband er te zijn. 

Vasthoudend aan het onderwijs van Jezus ontstond er een houding en klimaat van zorg, toewijding en aanbidding waarin het blijkbaar prettig toeven was. 

Zou het niet mooi zijn als er in Carnisse opnieuw weer gesproken wordt met waardering over de kerk van de wijk? Zou het niet mooi zijn als in de havenstad, de wereldstad Rotterdam de volgelingen van Jezus weer positief zouden opvallen?

Niet om onze eigen reputatie of imago, maar om wie wij vertegenwoordigen. Als volgelingen van Jezus zijn we meer dan een clubje fans, we zijn representanten van God in de omgeving waarin we ons begeven.

Mijn gebed is dat mijn woorden en mijn daden in overeenstemming zijn en ik geen reden ben voor anderen om niet te geloven, maar dat ik hen nieuwsgierig maak naar Diegene die mij drijft.